Motivering
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Bevoegdheid
Gelet op 170, § 4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op artikel 40, § 3 van het decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op de artikelen 465 tot en met 470/2 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992;
Artikel 1 belastbaar feit en heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente een aanvullende belasting ten laste van de rijksinwoners die in de gemeente belastbaar zijn op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2 berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 7,00% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaand jaar.
Artikel 3 vestiging en inning
De vestiging en inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het toedoen van het bestuur der directe belastingen, overeenkomstig de artikelen 466 en volgende van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.