Motivering
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Bevoegdheid
Gelet op de artikelen 41, 162 en 170, § 4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op artikel 40, § 3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op artikel 286, 287 en 288 van het decreet lokaal bestuur;
Juridisch kader
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
Gelet op de gecoördineerde omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15/02/2019 inzake de onderrichtingen over gemeentefiscaliteit van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 03/05/2019 van het Agentschap Binnenlands Bestuur houdende strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2020/3 van 18/09/2020 van het Agentschap Binnenlands Bestuur houdende strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Artikel 1 belastbaar feit en heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente Spiere-Helkijn.
Artikel 2 begripsomschrijving
Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die voor de eigenaar, de vruchtgebruiker, de erfpachter of de opstalhouder, de huurder of de gebruiker ervan niet tot hoofdverblijf dient, maar die op elk ogenblik door hen voor bewoning kan gebruikt worden en waarvoor er geen inschrijving is in het bevolkingsregister.
De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.
Tweede verblijven zijn, mits te voldoen aan het eerste lid, landhuizen, bungalows, appartementen, studio’s, weekendhuizen, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans en die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Worden niet beschouwd als tweede verblijf:
De mogelijkheid tot onmiddellijke bewoning blijkt uit de feiten. De aanwezigheid van voldoende meubilair, van een minimale infrastructuur voor koken en slapen, van een leveringscontract voor water en elektriciteit en van een eigenlijk elektriciteits- en waterverbruik worden als belangrijke indicaties weerhouden. Het gebrek aan gebruik voor de woongelegenheid als hoofdverblijf blijkt uit het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister.
Artikel 3 belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door respectievelijk de vruchtgebruiker, de opstalhouder of de erfpachthouder.
De belastingplicht geldt ook wanneer het verblijf verhuurd wordt, door een derde feitelijk gebruikt wordt, of wanneer hij het belaste goed dat niet door een derde wordt gehuurd of feitelijk gebruikt, tijdelijk niet gebruikt.
De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij al dan niet in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven.
In geval van mede-eigendom is elke niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk deel. Hetzelfde geldt bij medevruchtgebruik en indien meerdere personen titularis zijn van het recht van opstal en erfpacht.
In geval er meerdere niet-vrijgestelde houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze eveneens hoofdelijk en ondeelbaar aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
De eigendomsoverdracht in de loop van het belastingjaar geeft geen aanleiding tot vermindering van de voor dat jaar verschuldigde belasting. Ingeval van overdracht van het eigendomsoverdracht in de loop van het aanslagjaar de nieuwe zakelijk gerechtigde de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari volgend op de datum van de authentieke akte van overdracht. De overdrager is verplicht dit binnen de twee maanden na de datum van de authentieke akte te melden aan de gemeente door volgende gegevens mee te delen:
Artikel 4 berekeningsgrondslag en tarief
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 1.000,00 euro per tweede verblijf.
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het aanslagjaar.
Artikel 5 aangifteplicht:
De belastingplichtige is gehouden jaarlijks ten laatste op 31 januari van het aanslagjaar een aangifte in te dienen.
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een voorstel van aangifte met de gegevens die bij het gemeentebestuur gekend zijn waarop de belasting zal gevestigd worden.
Als deze gegevens niet correct zijn, moeten de opmerkingen en wijzigingen doorgegeven worden uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar. Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel indient binnen de gestelde termijn, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte.
De belastingplichtigen die geen voorstel van aangifte hebben ontvangen zijn niettemin verplicht om spontaan uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen vaststellen.
Spontane aangiften kunnen schriftelijk of via mail worden ingediend. Als de aangifte/opmerkingen verzonden worden via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening.
Artikel 6 ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 5, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, zal de belasting ambtshalve worden gevestigd mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen voorziene bepalingen.
§2. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 25% van de ontdoken belasting, met een minimum van 25,00€. In geen geval mag het verhoogd recht het dubbele van de verschuldigde belasting overschrijden. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 7 invordering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, en wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 8 betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9 bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen overeenkomstig de bepalingen voorzien in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen via duurzame drager (e-mail) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. De contactgegevens voor het op deze wijze indienen van bezwaarschriften zijn belastingen@spiere-helkijn.be .
Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de 15 dagen na indiening ervan.
Artikel 10 : Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026
Artikel 11
Om de gemeenteraadsbeslissing dd. 16/12/2020 om vanaf aanslagjaar 2021 een gemeentebelasting te vestigen op de tweede verblijven, op te heffen.