Motivering
Overwegende dat voor het innen van niet-betaalde niet-fiscale vorderingen, een retributie kan gevraagd worden;
Overwegende dat deze retributie een redelijke vergoeding is en in verhouding staat tot de werkelijke kostprijs van de verleende prestatie;
Overwegende dat het veelvuldig opstellen van dergelijke aanmaningsbrieven doorweegt op de gemeentelijke administratie;
Overwegende dat het dan ook is aangewezen om deze kosten te verhalen op diegenen die de door hen verschuldigde sommen laattijdig betalen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Bevoegdheid
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op artikel 40, § 3; 41,14° en 177, 2° van het Decreet over het Lokaal Bestuur;
Artikel 1
Er wordt een retributie geheven voor de kosten verbonden aan de invordering van niet-fiscale vorderingen.
Artikel 2
Het gaat om vorderingen uit hoofde van opgelegde retributies, schadevergoedingen, vorderingen uit hoofde van een gerechtelijke uitvoerbare titel. Terugvorderingen van toegekende steun worden uitgesloten van bijkomende aanmaningskosten.
Indien de debiteur de onbetwiste vordering niet betaalt binnen de wettelijke bepaalde vervaltermijn, worden de hieronder bepaalde retributies aangerekend ingeval de in die artikelen vermelde acties worden ondernomen met het oog op de invordering van de schuld.
Artikel 3 kosten tweede en derde aanmaning en aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan
Indien de debiteur niet betaalt binnen de termijn voorzien in de gratis eerste aanmaning, wordt
telkens een kost van 20,00€ aangerekend voor de verzending van een tweede en een derde
aanmaning.
Indien een debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt wordt hem een
aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van € 20,00 aangerekend.
Artikel 4 grensoverschrijden invordering
Voor de grensoverschrijdende invordering van onbetaalde niet-fiscale vorderingen waarvoor het OCMW beroep doet op een derde, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en administratiekosten die de derde hiervoor aan het OCMW doorrekent, vermeerderd met 50,00€. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan de derde wordt overgemaakt.
Artikel 5: opmaak dwangbevel
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten
inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangbevel met het oog op
betekening door een gerechtsdeurwaarder.
Voor het aanmaken van dit dwangbevel dan wel het overmaken van een dossier aan de gerechts-deurwaarder, wordt een kost van 30,00€ aangerekend.
Artikel 6: gedwongen uitvoering
Indien na betekening van een dwangbevel de debiteur nog steeds in gebreke blijft, kan de financieel directeur volgende stappen nemen in gedwongen uitvoering en invordering. Hiervoor wordt telkens de overeenstemmende kost opgegeven.
Deze kost wordt aangerekend bovenop de eventuele gerechtskosten en gerechtsdeurwaarders-kosten en reële kosten die op grond van de wettelijke regelingen worden doorgerekend aan de debiteur.
1° derdenbeslag, het beslag wordt aangetekend aangekondigd nadat opzoekingen werden verricht
om een derde-schuldenaar van de debiteur te vinden en vervolgens overgemaakt aan de
gerechtsdeurwaarder: 50,00€
2° het nemen van een hypothecaire inschrijving indien de debiteur een onroerend goed bezit,
hieraan gaan uitgebreide opzoekingen vooraf: de effectief betaalde kost aan het kantoor
rechtszekerheid (nieuwe benaming hypotheekkantoor) wordt doorgerekend, vermeerderd met
50,00€ administratieve kosten per hypotheekinschrijving.
3° uitvoerend beslag op onroerend goed:
- administratieve en juridische procedurevoorbereiding (per onroerend goed): 1.750,00€.
Deze retributie is verschuldigd zodra de door het OCMW aangestelde deurwaarder aan de
debiteur een akte houdende het ‘bevel voorafgaand aan het uitvoerend beslag op onroerend
goed’ heeft betekend.
- administratieve en juridische procedurevoorbereiding aanstelling notaris: 1.250,00€. Deze
retributie is verschuldigd zodra het OCMW de dagvaarding daartoe betekent.
4° procedure uit onverdeeldheid treden al dan niet in combinatie met uitvoerend onroerend beslag:
ingeval er diverse mede-eigenaars samen met de debiteur zijn moet een procedure gevoerd worden om uit de onverdeeldheid te treden: 2.000,00€ van zodra het OCMW de dagvaarding daartoe aan de mede-eigenaars betekent, voor zover als gevolg daarvan de effectieve verdeling wordt opgelegd in een vonnis dat kracht van gewijsde heeft.
5° procedure tot aanstelling van een curator over een onbeheerde nalatenschap wanneer er geen
gekende erfgenamen zijn, maar wel een nalatenschap van waaruit een vordering kan voldaan
worden: 1.500,00€ van zodra het namens het OCMW opgemaakte verzoekschrift tot aanstelling van een curator werd neergelegd, voor zover dat verzoekschrift uitmondt in de effectieve aanstelling van een curator.
6° procedure van indeplaatsstelling (per onroerend goed): 1.000,00€. Deze retributie is
verschuldigd van zodra het namens het OCMW opgemaakte verzoekschrift om in de plaats te worden gesteld werd ingediend, voor zover het OCMW effectief in de plaats wordt gesteld van de beslagleggende schuldeiser die in gebreke bleef.
Artikel 7 inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt het reglement goedgekeurd bij gemeenteraadsbeslissing dd. 16 december 2020 die door dit reglement worden opgeheven.