Motivering
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Bevoegdheid
Gelet op de artikelen 41, 162 en 170, § 4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994,
Gelet op artikel 40, § 3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur
Juridisch kader
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
Artikel 1 belastbaar feit en heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse algemene gemeentebelasting gevestigd ten laste van de entiteiten die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente wonen, verblijven of één of meerdere vestigingen gebruiken of tot gebruik voorbehouden.
Artikel 2 definities
Voor de toepassing van dit besluit wordt het volgende verstaan onder:
de natuurlijke persoon die uit hoofde van zijn zelfstandige beroeps- of bedrijvenactiviteit uitsluitend optreedt als werkend vennoot of als bestuurder in een vennootschap wordt niet als belastingplichtige beschouwd in de zin van dit;
Artikel 3 belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door
1° de alleenstaande, of door de referentiepersoon van het gezin of van de communauteit, d.i. het gezinslid of het lid van de communauteit dat gewoonlijk met de administratie in contact staat voor de aangelegenheden die het gezin of de communauteit betreffen.
De andere leden van het gezin of van de communauteit zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
2° de natuurlijke personen die op 1 januari van het aanslagjaar, als hoofd- of in bijberoep een nijverheids landbouw-, tuinbouw- en/of handelsbedrijf exploiteren, en/of een vrij beroep of een andere zelfstandige activiteit uitoefenen, inclusief zelfstandige helpers, en die op het grondgebied van de gemeente één of meerdere vestigingen voor een economische bedrijvigheid gebruiken of tot gebruik voorbehouden;
3° alle rechtspersonen die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente één of meerdere vestigingen voor een economische bedrijvigheid gebruiken of tot gebruik voorbehouden.
De rechtspersonen vermeld in de artikelen 180, 181 en 182 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn niet aan de belasting onderworpen.
Artikel 4 berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 45,00€.
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het aanslagjaar.
Artikel 5 vrijstelling en vermindering
1° Een belastingplichtige kan een vermindering van de belasting bekomen indien deze op 1 januari van het aanslagjaar recht heeft op maatschappelijke integratie (leefloon) op basis van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie of steun ontvangt van een OCMW dat geheel of gedeeltelijk ten laste wordt genomen door de federale staat van tenminste zes maanden. Het tarief bedraagt 20,00€
2° Een belastingplichtige die op hetzelfde adres zowel gedomicilieerd is als een zelfstandige activiteit uitoefent (hetzij als natuurlijke persoon, hetzij als zaakvoerder), is slechts één belasting verschuldigd.
Elke aanvraag om ontheffing of vermindering op grond van 1° of 2° hierboven moet binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet, schriftelijk worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen. Elke aanvraag moet voorzien zijn van de nodige bewijzen.
Artikel 6 invordering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, en wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 7 betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8 bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 9
Om het belastingsreglement Algemene Milieubelasting dd. 18/12/2019 vanaf het jaar 2020, op te heffen.